Het opzoeken van een voorwerp op een hoogte van ongeveer 20 tot 50 cm van de grond en twee weggeworpen voorwerpen (niet op een grasveld maar zo maar ergens bv de bosrand) heeft men duidelijk laten zien.
Hierna toonde dhr v Gestel het opzoeken en verwijzen van een wapen en breekwerktuig.
Deze twee voorwerpen worden vanuit een pad het bos in geworpen en moeten door de hond worden aangewezen de geleider blijft hierbij op het pad lopen en stuurt de hond aan waar hij moet zoeken als de hond een voorwerp gevonden heeft roept de geleider de hond terug en gaat naar het tweede voorwerp (er is dus absoluut geen spoor naar de voorwerpen)
Ook het vlakte revieren werd getoond, deze oefening waarbij een aangegeven begroeid terrein volgens een door de geleider aangegeven methode moet worden afgezocht, ligt een slachtoffer (in burger) die moet worden verwezen. Door Piet van Oorschot werd getoond hoe het beste met een jonge hond kan worden begonnen.
Het speuren; deze oefening werd getoond volgens een van de hogere certificaat eisen. Hiervoor heeft dhr Henk Graas direct na zijn aankomst op het terrein, omstreeks 08.20 uur, op de aanliggende akkers een B-spoor uitgezet. Dit B-spoor dat inmiddels geruime tijd oud is, ongeveer 3 uur, is ongeveer 1400 passen lang en er zitten 10 hoeken (waarvan een van 45 graden en een van 135 graden) en een halve cirkel. Ook wordt het spoor, ongeveer een half uur voor het uitwerken, twee maalgekruist door een zgn verleidingsspoor en steekt men een verharde weg over.
Het geheel werd op een geweldige manier gedemonstreerd door dhr v Oorschot met zijn hond.
Ook het speuren volgens het basis certificaat, dit is een spoor van ongeveer 150 meter met twee richting veranderingen, werd door dhr v Gestel duidelijk getoond.
Na deze demonstraties gaf dhr Graas een duidelijke demonstratie van hoe men begint met speuren en toonde dit ook door een (toevallig aanwezige zeer jonge hond van 4 maanden oud) een spoortje van een paar meter te laten lopen.